vrijdag 27 juni 2008

6 uursrace cycle vision




Het besluit

Vorig jaar, na cycle vision 2007, speelde ik voor het eerst met de gedachte om ook eens een race mee te rijden. Ik had met iemand staan praten die zo ook, gewoon voor de lol, mee had gedaan met races in het velodrome. Maar: al die racers rijden toch veel harder dan ik.... zou ik ze niet gewoon in de weg zitten.....?
Aan de andere kant wordt er toch ook steeds gezegd: probeer het eens. Het is leuk om eens mee te doen en er is expres geen voorselectie bij de races.
Dus...tsja.
Ik had mezelf voorgenomen vorig jaar, dat ik dan wel een beetje wilde trainen. Je wil toch niet helemaal als laatste slak aankomen. Ik had toen het idee om "iets" mee te rijden van maximaal 100 km of zo, of minder. De enige lange tocht die ik toen ooit gereden had was een paar keer van Dronten naar huis, toen ik nét alleweder reed. Verder reed ik woon-werkverkeer, 14 kilometer enkele reis, wat stelt het voor? Dan ga je niet racen over een afstand die je al ver vindt om gewoon te fietsen....Vorig jaar dacht ik dat ik na 25 km racen al helemaal gaar zou zijn.
Maar dat voorbereiden, daar kwam weinig van het afgelopen jaar. Ik reed een paar keer een lange tocht, 3 maar van boven de 170 km in meer dan een half jaar, een paar keer tachtig, zoiets, en dan woon werk verkeer.
Het liep allemaal heel raar met cycle vision dit jaar. Ons huis staat te koop, daar zijn we druk mee bezig. Ook met de aankoop en verbouwingsplannen van een ander huis. Tegelijkertijd bereid ik me voor, voor een colloquium doctum, waarvoor ik honderden pagina's in het engels moet lezen. Er hangt van af of ik in september rechten kan gaan studeren in Leiden.
Genoeg om twee dagen voor sluiting van de verlengde (!) inschrijvingstermijn er achter te komen dat ik cycle vision bijna gemist heb....
Het cycle vision-weekend héb ik vrij, althans op zondag, op zaterdag moet ik werken. Dús...maar wat is er te doen op die zondag aan races? Op de buitenbaan dan, want met de mango is er binnen in ieder geval niets te doen...
Okee dan. Ze hebben voor dit jaar een race van 6 uur bedacht voor de zondag. "Szjezum, ben ik mooi klaar mee", is mijn eerste gedachte, maar het idee blijft toch even sudderen. Ik begin met uit te zoeken wat mensen in het verleden aan afstanden hebben afgelegd in de 6 uurs. Ik zie bij de langzameren 180 kilometers en dat soort getallen staan. Als ik dat rijdt met de Mango ben ik zeker de langzaamste velomobiel, maar als een ongestroomlijnde fiets met die snelheid Ymte en Hans niet voor de voeten rijdt (dát zou ik dus niet willen), dan mag ík ook zo langzaam rijden. Ik begin het idee steeds leuker te vinden om het tóch te proberen. Eigenlijk wil ik gewoon weten wat ik kan: kán ik zes uur lang redelijk tempo blijven rijden? Kan ik überhaupt zes uur blijven rijden? Wat is vermoeiender: vier uur non stop nagenoeg constante snelheid rijden, of vier uur in het verkeer, stoplichten, kruisingen, pontjes, ander verkeer, optrekken, rijden , stilstaan? Geeft dat rust aan de benen? Of is het zwaarder? Zal ik in een race harder rijden dan mijn gemiddelde op de weg? Of lukt het me gewoon helemaal niet? En hoe snel ben ik in vergelijking met andere rijders?

De voorbereiding

In ieder geval: een collega overtuigt me uiteindelijk dat ik het moet doen. Ik kan mijn late dienst van zaterdag ruilen voor een vroege, zodat ik op tijd richting Aalsmeer kan vertrekken om bij mijn zwager lang genoeg te slapen voor de race. Ik spreek met mezelf af dat niets hoeft. Ik zal de enige niet zijn die eerder opgeeft, voordat de 6 uur voorbij zijn, blijkt uit de statistieken. Dat zijn vast niet allemaal onherstelbaar beschadigde fietsen geweest die ervoor zorgden dat sommigen het al snel opgaven...Ik spreek ook af dat ik al heel tevreden ben als ik 200 km fiets, dat zou al meer zijn dan mijn langste dagafstand tot nu toe. Én ik moet 's middags ook nog naar huis, dus minder vind ik ook goed!
Zo gezegd, zo gedaan: ik schrijf me in, maak €15,- over, regel mijn slaapplaats in Aalsmeer, al moet ik dan verplicht voetbal kijken (Nederland verliest na een veelbelovende start in het EK in de kwartfinale van het door Hiddink gecoachte Rusland, het kan me niet zo boeien, Nederland speelt slecht, ze hebben het verdiend en ik heb 's nachts geen last van toeterende auto's en dat soort ellende) en ik tref nog wat "voorbereidingen". Ik verwijder de trekhaak van de fiets, waarmee ik sinds januari geregeld de burley trek, misschien is dat overigens wel een van de redenen waardoor ik straks in de race sterker blijk te zijn geworden dan ik aanvankelijk dacht...
Ik haal één van de twee spiegeltjes van de Mango, de accu uiteraard eruit. Ik kijk eens goed naar de banden. Linksvoor is half kaal. Ik heb nog één reserve. Maar achter....slik...er schijnt iets bleeks door het zwart van de brede moiree. Gaat al 10.000 kilometer mee, als die het maar houdt...maar ja , op hoop van zegen. Ik wil achter geen smalle band, ik ken het parcours niet, weet niet hoe het wegdek ligt, en ik ben érg blij dat ik na de Flevo Alleweder met de Mango nog nooit een glijdend achterwiel heb gehad. Ik heb daar geen goeie ervaringen mee namelijk. Dus achter blijft een brede band in mijn eerste race, dan maar kaal. Er zal toch weinig glas liggen op zo'n wielercircuit mag ik hopen.
Ik koop camelbaks, twijfel lang, één of twee? Die dingen zijn eigenlijk te duur voor wat het voorstelt, maar goed. Zelf iets fabriceren om zonder te stoppen door te kunnen drinken? Uiteindelijk geeft de doorslag, dat als je zelf iets in elkaar zet, dat je er dan waarschijnlijk niet aan ontkomt om steeds opnieuw je hele slangetje te moeten leegzuigen voordat je kan drinken. Ik kan mijn zuurstof wel beter gebruiken denk ik. Twee keer 3 liter camelbak wordt het dus.
Stukje duktape op mijn rechter koplamp, want daar ontbreekt het glaasje en het is nu dus een klein parachuutje. Mijn zwager Ayold heeft thuis een pomp met barometer, dat komt ook goed uit. Ik blijk al een tijdje op 3,5 bar te rijden. Ik vind het een positieve verrassing, want langzaam rijd ik doorgaans niet met die zachte bandjes...

De race

Het is zondagochtend. Helemaal lekker geslapen heb ik niet. Het was toch een kort nachtje na dat voetbal en ik ben van de spanning ruim voor de wekker wakker. Zo vroeg dat ik, tegen wekkertijd, mijn ogen nauwelijks open weet te houden. Maar een korte douche helpt. Ik ontbijt vlug en fiets naar Sloten. De eerste dertien kilometer van de dag zitten erop. En nu nog iemand vinden die me kan inschrijven en van een transponder voorzien. Ik had daarvoor wel al gemaild, omdat ik voorzag dat er maar weinig mensen zoals ik pas op zondag zouden komen aankakken, maar het moest geen probleem zijn. Ik ben even over zevenen in Sloten bij de wielerbaan. Een paar minuten voor de wedstrijd heb ik eindelijk een transponder en een nummer om op de fiets te plakken. Ik werd toch wel even zenuwachtig zeg, straks zegt er iemand "start" en gaat het allemaal toch niet door!! Maar ik kan op tijd aansluiten achter de horde bij de finishlijn. En zo wil ik het ook. Achteraan beginnen en dan wel zien...
Ik weet van mezelf dat als ik "koud" hard wegfiets, dat ik dan in dertig kilometer al kramp kan krijgen en dan is het over. Wil ik dat voorkomen, moet ik mijn spieren eerst rustig opwarmen is mijn ervaring. Ik ben daar wat gespannen over. Bij een lange dagtocht kan je heel rustig aan beginnen, met eerst een uurtje fietsen zonder echt aan te zetten. Dan ben je lekker warm en kan je verder doorgaan, maar ja...dit is wél een race. Het zal een middenweg moeten worden tussen mijn eigen strategie om héél langzaam te beginnen en wat de rest doet. Misschien beginnen die ook wel heel rustig...
Nou....niet dus! Na het startsignaal klimt iedereen eerst het bruggetje op. Dat is even dringen geblazen. Daarna gaat het brug af en maakt iedereen direct tempo. Ik wíl eigenlijk helemaal niet zó hard starten. We moeten nog 6 uur! Maar ik realiseer me ook dat als ik zo traag start als ik in mijn hoofd had, dat ik dan daarna héél veel zal moeten inhalen om dat weer goed te maken, en als dit het tempo blijft, gaat me dat niet lukken, want we rijden achterin direct weg met de snelheid die ik voor de hele race in gedachten had. Dus ik blijf er toch maar bij, op hoop van zegen dat het feestje niet te snel door kramp verpest wordt. En mijn benen voelen goed. Ik zet gewoon de gedachte aan kramp aan de kant en ga rijden in een tempo dat ik prettig vind. Dat is zelfs iets sneller dan het achtergroepje waar ik in rijdt. Een stuk sneller dan ik me voorgenomen had, maar ik vind snel een ritme. Ik probeer een paar keer om mijn snelheid te laten zakken naar mijn voorgenomen snelheid, maar dat voelt gewoon niet goed. Te langzaam en daardoor dodelijk vermoeiend op een of andere manier. Ik vergeet het allemaal en ga maar gewoon rijden onder het mom van "we zien wel waar het schip strandt". Voordat ik het doorheb zijn er twee uur voorbij. In die tijd heb ik even behoorlijk hard gereden en mezelf wél echt moeten terugfluiten. Ik zie later in de fietscomputer een top van 48 staan en dat is inderdaad rijkelijk veel als je met een Mango 6 uur wil blijven fietsen. Voor mij in ieder geval wel.
200 kilometer in 6 uur is 33, 3. Ik rijdt nu al uren met een kruissnelheid van 38 á 39. Bovenop het bruggetje valt de snelheid steeds even flink terug, maar het gemiddelde ligt veel hoger dan mijn planning. Benieuwd hoe lang dat goed gaat, twijfels in mijn hoofd, maar vertragen is ook weer niet nodig zeggen mijn benen. Wel af en toe een banaan eten zeggen ze. Na een paar flinke slokken veel te zoet en zout drinken en een banaan voel je direct dat je weer "kan". Dan gaat meteen de snelheid weer even omhoog naar boven de veertig, eenenveertig.
Er zitten een paar ijkpunten in het veld. Rijders waar ik me op focus om op te jagen. Ik neem me voor dat zolang ik hen maar dichterbij blijf brengen dat het dan helemaal top gaat. Er is zo een gele mango, twee Alleweders en een WAW, en twee, heel verwarrend, gele Milan-velomobielen. Ik heb pas laat door dat het er twee zijn en dat is irritant omdat de éne langzamer is dan ik, en de ander sneller. Heb ik er net een ingehaald, komt ie me keihard voorbij sjezen. En dat een paar keer. Ik begin me af te vragen waarom die gast zo onregelmatig rijdt. Kan toch nooit gunstig zijn? Maar ik laat vergis me dus ook een paar keer en probeer bij de snellere aan te klampen. Dat gaat wel heel eventjes goed, maar ik moet hem toch al snel laten gaan, maar waarom reed "die" dan net zo langzaam?
Ook is er een ongestroomlijnde tweewieler, die te snel is voor het ene treintje en te langzaam voor het andere. Deze fietser hangt rondes lang achter mijn Mango, die klaarblijkelijk genoeg zog voor hem produceert om iets aan te hebben, maar hij moet me ook een paar keer laten gaan. Jammer voor je, maar mijn benen willen weer, dus ik ben weg, doeg.....
Na vier uur begin ik te merken dat het zwaarder gaat. Ik fiets niet langzamer, maar de tijd gaat langzamer. Ik begin me nu af te vragen hoe lang ik het nog kan uitstellen om te stoppen voor een plaspauze, én of ik, als ik gestopt ben, nog wel weer op gang kan komen. Ook ga ik gerommel in mijn kuiten voelen: oppassen...Het betekent dat ik geen "gekke dingen" meer kan doen: tempo doorrijden kan, hard aanzetten betekent einde van de race, zo'n gerommel, nét tegen de kramp aan. Snel weer een banaan, flink blijven drinken. Het helpt wel een beetje. Op viereneenhalf uur stop ik. Ik kan nog wel langer doorfietsen, maar ik voel dat ik binnen de zes uur toch echt een keer moet plassen en dan beter maar nu. Ik stop expres op het lange rechte stuk, daar kan ik, langs de rand, veilig voor iedereen in het zicht, langzaam accelereren zonder kramp te forceren. Wegsprinten vanuit stilstand is er echt niet meer bij, weet ik. Stoppen vlak voor het bruggetje en dan vanuit stilstand het hellinkje weer op moeten lijkt me om dezelfde reden onverstandig.
Na mijn stop hoor ik bij de finish al na twee ronden dat "Reinier van Rij aan een comeback bezig is". Dát is een leuke opsteker! Ik heb dan ook al snel een aantal van mijn "ijkpunten", die me bij mijn sanitaire stop voorbijkwamen, weer terug ingehaald.
Maar het laatste uur...duurt uren, de laatste minuten gaan nooit voorbij. Het is warm geworden en het gaat waaien. Ik duw geregeld het dekje omlaag om een luchtstroom in mijn gezicht te krijgen. Ik fiets nog steeds even hard, maar dat brengt me niet meer in juichstemming. Het enige wat ik nog weet is dat ik wil stoppen. Ik wil dat die zes uur voorbij zijn. Ik kijk continu op mijn computer, 5 uur 45 min. Hoe lang ben ik gestopt? Toen heeft-ie niet doorgeteld! Was het vijf minuten? Dan nog tien te rijden, zeven? nee, niet zo lang, eerder korter. Ik heb geen idee. Of gewoon stoppen, dat kan ook, ik ben al ver zat!
Nee, dat is, hoewel heel verleidelijk, bullshit, kom op! De mensen bij de finish klappen elke ronde weer en worden nu echt belangrijk. Nog een paar grote slokken, doorgaan, niemand voor me, niks te jagen. Hoe kom ik nog vooruit? Maar toch blijf ik draaien, tot er ineens een bord staat: nog één ronde. Iemand, waarschijnlijk Hans en Ymte allebei, is door de finish. Zelfs tijdens die laatste ronde denk ik aan stoppen, maar ik rijd door en dan is daar eindelijk de finish, eindelijk dat het "mag": opgeven. Ik rijdt door het geklap heen nog één keer de brug op en geniet dan van een heel langzame tweeënhalve kilometer. Deksel eraf, armen uit de kuip. Wow, ik tril!. Vlak voor me rijdt de houten velomobiel van de engelsman met de toepasselijke naam Friend Wood. Vorig jaar is hij in de drie-uurs race gestrand met pech. Ook hij was een van mijn ijkpunten. We maken even een rustig praatje en komen zo op adem en weer bij de finish aan. Op mijn teller staan 227 kilometers.
Heftig...zelf gedaan...in 6 uur!

Nog niet klaar

Na een uurtje bijkomen werd het tijd me weer met mijn gezin bezig te gaan houden. Mijn vrouw moest wel werken vandaag, een late dienst, dus mijn zoontje Yntze zit in Voorschoten bij de oppas. Ik wil het liefst dat hij gewoon in zijn eigen bed kan slapen en niet laat gewekt hoeft te worden om dan weer in zijn eigen bed verder te slapen. Dus ik wil voor half zeven met de burley in Voorschoten zijn. Op zich valt het tochtje naar Leiden me nog mee, ook al heb ik fors wind tegen, het hoeft niet meer hard. Ik kom er wel. Wat wel irritant is, is dat er overal aan de weg gewerkt schijnt te worden, in combinatie met de forse tegenwind geeft dat veel scherp zand in mijn gezicht. Ondanks de warmte doe ik daarom toch maar weer het schuimdeksel op de Mango, wat een beetje helpt. Tussen Nieuwe Wetering en Oude Ade rijdt ik nog met 43 km een wielrenner voorbij. Puur omdat ik dat ook eens gedaan wil hebben met meer dan 250 kilometer in de benen.
Thuis gekomen lukt het me inderdaad om op tijd de trekhaak weer aan de mango te hebben. Met de lege kar tegen de wind in verder gefietst, gaat nog met 20, soms 15 km/uur. Met volle kar terug uit Voorschoten rijdt ik toch weer 30. En thuis baal ik. Een beetje wel. Op de teller staat 283 km. Met de 13 van vóór de race erbij heb ik vandaag 296 kilometer gereden, de laatste 17 met kar. Ik kan nog makkelijk 4 km fietsen. Maar ik ben thuis en het is kinderbedtijd voor Yntze, die al in de kar in slaap is gevallen. Het houdt hier echt op, helaas. Maar ik weet dat ik 300 kilometer kan fietsen. Ik leg Yntze in bed, bestel chinees en pak een biertje. Ik heb trek. Mijn tenen slapen. Spierpijn in mijn billen. Een heel voldaan gevoel.






2 opmerkingen:

jack zei

Reinier,
gefeliciteerd met je prestatie. En een mooi verhaal, wat zeg ik, prachtig!
Jack

Erwin zei

Mooi verhaal, en wàt een prestatie! Petje af!

Erwin